Legionella wetgeving.

Legionella april 2010

Op 28 december 2004 is de nieuwe wetgeving m.b.t. Legionella – preventie in leidingwater van kracht geworden. Het nieuwe Waterleidingbesluit stelt de eigenaar van collectieve waterleidinginstallaties verantwoordelijk voor de kwaliteit van het leidingwater.

VvE’s vallen onder de lage (ISSO 55.2) risicoklasse en daarom dienen de eigenaren van een appartementencomplex aan de zogenaamde zorgplicht te voldoen.

Wanneer het leidingwater langere tijd stilstaat of opwarmt, neemt het risico op nagroei van de Legionellabacterie toe. Het Waterleidingbesluit schrijft daarom voor dat een collectieve waterleidinginstallatie moet worden beheerd.

Dit beheer bestaat in de praktijk uit de zorgplicht van VvE’s tot levering van deugdelijk leidingwater aan de afzonderlijke privé gedeelten zodat er geen gevaar is voor de volksgezondheid. Aan de genoemde zorgplicht wordt voldaan als kan worden aangetoond dat er redelijkerwijs alles aan is gedaan om deugdelijk leidingwater te leveren.

De wet laat vrij in de manier waarop invulling wordt gegeven aan deze inspanningsverplichting.Kostentechnisch is het vaak voordeliger en voor het milieu minder belastend om eerst te kijken of er wel bacteriële nagroei plaatsvindt door jaarlijks op een aantal punten monsternames uit te voeren.Wordt er geen besmetting geconstateerd, dan is aan de zorgplicht voldaan.

Het is zaak dat de VvE papieren of certificaten van de genomen maatregelen ontvangt zodat, wanneer dat nodig is, kan worden aangetoond dat het water in de installatie is beheerd of bemonsterd. Mocht er wel een besmetting worden geconstateerd, dan kunnen er altijd nog nadere maatregelen worden genomen.

De uitvoeringskosten van de zorgplicht voor het collectieve deel van de waterleiding komen voor rekening van de VvE.  Binnen het eigen privé gedeelte is vervolgens de eigenaar/bewoner verder verantwoordelijk voor een goed beheer van dat deel van de waterleiding en de eventuele kosten die dat met zich meebrengt.

De scheiding van kosten die voor rekening komen van de VvE  en kosten die voor de eigenaar/bewoner zijn, wordt bepaald door de scheidingslijnen op de splitsingstekening behorende bij de akte van ondersplitsing van het appartementencomplex waarop de grenzen staan aangegeven tussen het gemeenschappelijke deel en de afzonderlijke privé gedeelten.

In begrijpelijke taal: de kosten die ontstaan na de watermeter zijn voor rekening van de eigenaar/bewoner.

Bronnen:

  • Burgerlijk Wetboek Boek 5
  • Waterleidingwet en Waterleidingbesluit
  • Algemene voorwaarden Waterleidingsbedrijf Brabant Water
  • Juridisch advies van Vereniging Eigen Huis
Advertenties